Browsing"Plaatsen"

Fietsen over de Carretera Austral

jun 2, 2013 by     No Comments    Posted under: Actief, Over Chili, Plaatsen
Fietsen over De Carretera Austral

door Muriel Spoorenberg

Nieuwe fietsen kopen, bagagedragers erop, speciale wielen en banden, fietstassen kopen, een nieuwe tent, een generale repetitie naar YerbaLoca om alles te testen. Na maanden van planning waren we er klaar voor! In februari fietsten mijn man en ik 932 km over de Carretera Austral, ten zuiden van Coyhaique.

We hadden min of meer een route gepland, maar veel meer dan dat kan je ook niet plannen als je bent overgeleverd aan je eigen fysieke vermogen en aan de elementen. Het doel was om in 20 dagen van Coyhaique naar Villa O’Higgins  (het meest zuidelijke puntje van de Carretera Austral) te fietsen via de westkant van Lago General Carrera,  en weer terug naar Coyhaique via de oostkant van ditzelfde meer.

De eerste 97 kilometers (naar Cerro Castillo) zijn nog geasfalteerd, maar bleken
wel bijna alleen maar te stijgen. Eenmaal op het steenslag (ripio) gedeelte bleek het toch wel wat zwaarder dan gedacht. Veel stijgen en dalen op de losse kiezels, dan voel je 18 kilo bagage wel! Vreselijk zijn de ‘calaminas’ – die gemene ribbels die ontstaan doordat zware vrachtwagens erover heen rijden. Al heel vervelend als je in een auto zit – op de fiets zijn ze echt onuitstaanbaar. De snelheid gaat eruit en je wordt echt helemaal door elkaar getrild. Daarnaast nog de nodige wind en regen, want het is en blijft Patagonië. We hebben in die 3 weken af en toe echt moeten afzien, maar het overgrote merendeel van de tocht was relaxed en ronduit schitterend.

En wat een ongelooflijk mooi landschap. Dichte bossen, massieve bergen, enorme gletsjers, heldere meren, blauwe rivieren. En op de fiets voel je echt alle dimensies van deze natuur. Je ziet het niet alleen, je hoort het (of juist niet: de stilte kan overweldigend zijn), je ruikt het en je voelt het. Daarbij komt ook het sociale aspect van het fietsen. Een praatje maken met andere fietsers, met trekkers/lifters, in cafe’s en op campings. Omdat je op een dag kleinere afstanden aflegt, moet je improviseren over waar je gaat slapen en kom je op plekken terecht waar je als autotoerist niet zo snel zou komen, zoals bij mensen in de tuin of in huis. Wat dat betreft zijn we een hele ervaring rijker en kwamen we erachter dat de Chileen echt niet zo stug is als de gemiddelde inwoner van Santiago. Dat was wel een a-ha momentje voor ons.

Coyhaique is de grootste stad in de Regio Aysen met een vliegveld op zo’n 45 km van de stad. In de omgeving kun je verschillende nationale parken bezoeken. Wij hebben er nog een dagje gekanood. Vanuit Coyhaique naar het zuiden kom je via Reserva Nacional Cerro Castillo in het stadje Villa Cerro Castillo. De gelijknamige en schitterende berg heeft grillige pieken en het park eromheen heeft dichte bossen met vele kraakheldere rivieren.

De Austral gaat nu in westelijke richting langs de Rio Cajon. Er zijn ‘verdronken bossen’ in deze rivier. Bossen die bij de aardbeving van 1960 naar beneden zijn gezakt. Door een dichtbegroeid ‘temperate rainforest’ gaat de weg weer naar het zuiden, de rio Murta volgend tot aan Lago General Carrera. Dit is het grootste meer van Chili en het twee-na-grootste meer van Zuid Amerika. Het westelijke deel is Chileens, het oostelijk deel Argentijns. Het eerste stadje aan het meer aan de Carretera Austral is Puerto Tranquilo – beroemd om zijn ‘Catédral de Mármol’ – zeker een excursie waard! Een marmeren berg aan het meer, na miljoenen jaren uitegehold door het water. Vanuit Puerto Tranquilo hebben we ook een wandeltocht gemaakt naar Glaciar Los Exploradores: het noordelijke deel van de ‘Campo de Hielo Norte’. Een schitterende, maar wel redelijk zware wandeling over keien en rotsblokken – verwacht geen pad. De 10 uur durende stortregen die dag hielp ook niet mee.

De volgende stop is Puerto Betrand. Hier begint de beroemde Rio Baker: de meest volumineuze rivier van Chile en onderwerp van discussie over de ‘represa’ van HydroAysen. Ontzettend blauw, en na de ‘confluencia’ met de Rio Neff een melkachtige blauwe kleur. Ongelooflijk indrukwekkend hoe deze rivier door het landschap slingert. De Rio Baker volgend komen we bij Cochrane. Niet zo groot als Coyhaique, maar toch wel 5.000 inwoners en een heuse supermarkt!  Uitvalsbasis voor Parque Nacional Tamango en allerlei avonturen in de natuur.

Na nog ongeveer 126 km -de borden langs de Austral geven regelmatig 10 km te weinig of teveel aan- naar het zuidoosten, met geweldige uitzichten over de pieken en de gletsjers van ‘Campo de Hielo Norte’ komt de weg aan bij Caleta Tortel. Van oudsher een vissersdorpje dat tot 2002 geheel afgesloten was van de rest van Chili, alleen bereikbaar over water.

Tortel kent alleen maar ‘pasarelas’ over het water of tussen de bomen  – vlak of met steile trappen. De enige manier van vervoer in dit dorp is te voet of met de boot. Auto’s en fietsen kunnen bovenaan het dorp geparkeerd worden en via een lange trap daal je een paar honderd meter af naar het dorp. Hiervandaan kun je ook verschillende bootexcursies doen, zoals naar Glaciar Jorge Montt of Ventisquero Steffens. Dit dorp was echt een onvergetelijke ervaring.

De weg vervolgend via een pas naar Puerto Yungay, een gehucht aan een fjord waar de ferry naar Villa O’Higgins vertrekt. Wij hebben de boot uitgezwaaid en bij het strandje gekampeerd.

Op de terugweg, ten noordoosten van Puerto Betrand, ligt Puerto Guadal aan Lago General Carrera. Onze highlight was El Mirador El Guadal, een schitterende Lodge met mooie uitzichten over het meer en ‘Campo de Hielo Norte’, inclusief de top van San Valentín. Zo’n 80 km naar het oosten ligt Chile Chico – een uitdagende weg met veel stijgingen en dalingen met uitzichten over het meer. Alhoewel niet de officiële Carretera Austral ook zeker de moeite waard! Bij Chile Chico bevindt zich ook Reserve Nacional Jeinemeni. Het schijnt een van de mooiste parken van Chile te zijn.

 

Eenmaal terug in Coyhaique waren we allebei zo’n 4 kilo lichter, bruinverbrand, en toe aan een heerlijke warme douche. Mijn kuiten heb ik nog weken gevoeld, maar het was allemaal de moeite waard.  Wie weet een volgende vakantie het noorderlijke deel van de Austral, van Puerto Montt naar Coyhaique…

Puerto Varas

jun 2, 2013 by     No Comments    Posted under: Over Chili, Plaatsen
Puerto Varas is gelegen aan de zuidelijke oever van Lago Llanquihue op 25 kilometer van het vliegveld van Puerto Montt. Hier kun je ook een auto huren, noodzakelijk om de omgeving rondom het meer te verkennen.

Puerto Varas is waarschijnlijk één van de meest toeristische plaatsen van Chile afgaande op het aantal 4 en 5 sterren hotels met uitzicht op het meer. Wij verbleven in hotel Bellavista, een prima hotel met schitterende panorama’s van Volcan Osorno en Volcan Calbuco.

Op gastronomisch gebied is Puerto Varas goed bedeeld. Een goede koffietent met vriendelijke bediening (altijd een plus in Chile) is El Barrista. Goede restaurants te over in het dorp.

Bezienswaardigheden in het dorpje zijn er weinig. De katholieke kerk is het bezoeken waard en vanaf Parque Philippi is er een goed uitzicht over het dorp.

De echte trekkers zijn te vinden in de omgeving. Het meest de moeite waard zijn de watervallen van Petrohue en Lago Todos los Santos, een prachtig turquoise meer. Natuurlijk mag een bezoekje aan de Osorno vulkaan niet ontbreken. Dit alles kan je in 1 dagje doen.

Aan het meer zijn er verder vele kleine dorpjes te vinden zoals Frutillar en Osorno. Verder is een dagbezoek (of langer) aan Chiloé zeker aan te raden.

Tekst met dank aan: Koen Dubelaar

LEES HIER meer over Puerto Varas, in het tweede artikel http://www.nlv.cl/puerto-varas/

Pucon

feb 24, 2013 by     No Comments    Posted under: Actief, Plaatsen
Vulkanen, meren en welness

Pucon is een gemeente in de Chileense provincie Cautín in de regio Araucanía. Pucon maakt deel uit van het zogeheten merengebied en ligt in een prachtige omgeving aan de voet van de Villarica-vulkaan bij het Villarica-meer, ongeveer 780 km ten zuiden van Santiago.

In de omgeving liggen verschillende mooie natuurgebieden. Dat maakt dat Pucon een ideale uitvalsbasis is voor allerlei buitensportactiviteiten, zoals mountainbiken over de vele onverharde wegen, raften over de bergrivieren, dagwandelingen of trektochten door de nationale parken. De meest spectaculaire excursie vanuit Pucon is wel de beklimming van de 2845 meter hoge “actieve” Villarica-vulkaan.

Met de vele kuuroorden in de omgeving is Pucon erg geliefd als wellnessbestemming.

Na een busrit van 10 uur kwamen wij ’s avonds aan in Pucon. Het regende en dat was ook de voorspelling voor de volgende dag. De keuze was dan ook snel gemaakt: naar een Termas, deze baden zijn gevuld met door de vulkanen verwarmd grondwater. Heerlijk om dan in de regen in een super warm bad te relaxen. Op ongeveer 1,5 uur rijden (deels onverhard) van Pucon ligt Termas Geometricas, één van de mooiste termas in de buurt met mooie vegetatie en trapsgewijze watervallen.

 

De volgende dag was het zonnig en helder weer en we zagen nu ook vanuit het centrum de besneeuwde Villarica-vulkaan, geweldig! Tijd voor een sportieve wandeling in het Nationaal Park Huerquehue. Het park ligt ongeveer 30 km ten noordoosten van Pucon. Je kunt er verschillende wandelingen maken. Wij kozen voor de “Sendero Los Lagos”. Mooi aangelegde paden met typische flora en fauna van het gebied. De Lagos Chico, Verde en Torro zijn omgeven door de oude bossen van Araucaria. Prachtige vergezichten met steeds op de achtergrond de Villarica-vulkaan.

De volgende dag weer terug met de bus naar Santiago.

Francis Pauwels

Pichilemu

jan 27, 2013 by     No Comments    Posted under: Actief, Plaatsen
Meer dan zon, zee, zand en surf

Het plaatsje Pichilemu, gelegen op zo´n 227 km ten zuidwesten van Santiago in de 6e Region telt normaal gesproken nog geen 15.000 inwoners. In de weekenden en de zomermaanden dijt de bevolking echter flink uit door de toestroom van toeristen die zich willen laven aan de zon, de zee en het zwarte zandstrand. Op deze stranden hoef je niet bang te zijn voor door Duitsers gegraven kuilen, maar wel voor beginnende surfers die onhandig rondzwaaien met hun tabla (surfplank) en die je ondersteboven lopen terwijl ze in hun volledige wetsuits – vanwege het koude water, ook in de zomer, geen luxe, maar bittere noodzaak – aan de warmingup bezig zijn. Het lijdt geen twijfel, je bevindt je in Chile´s Surfer´s Paradise!

Pichilemu betekent zoiets als “klein bos” in het Mapudungún, de taal van de Mapuche en bood oorspronkelijk een thuis aan vissende en verzamelende indigena. Rond 1885 bedacht Don Agustín Ross Edwards dat het een mondaine badplaats voor de rijkeren moest worden en zo werd begonnen met de constructie van diverse mooie gebouwen en een hoger gelegen park waarvan het Centro Cultural Agustín Ross in het Parque Ross goedbewaarde overblijfselen zijn. Ross is niet helemaal geslaagd in zijn opzet, want alhoewel Pichilemu zeker een badplaats is, mondain kun je het niet echt noemen, onder andere door de diverse vervallen woningen en grotendeels onverharde wegen die het plaatsje rijk is.

“Pichi” kent diverse stranden, van noord naar zuid: Las Terrazas met aan het einde Laguna Petrel waar hele hordes paarden op je staan te wachten om met je over het strand te sjokken of te draven, Principal waarvandaan je een geautoriseerde duik in zee en je eerste surflessen kunt nemen, La Puntilla en tot slot Infiernillo, waar je op het brede strand lekker kunt voetballen of tennissen en ondertussen genieten van de golven die met veel kabaal op de vele rotsen storten en soms bereden door de gevorderde surfers. De echte surfaholics rijden echter met hun tabla linearecta naar het zes kilometer verderop gelegen strand van Punta de Lobos, onderwijl Playa Hermosilla passerend. Punta de Lobos is elk jaar het decor van diverse surfwedstrijden voor de surfende wereldtop, waaronder de Quiksilver Ceremonial Big Wave competitie in april-mei waarvoor golven van minstens zeven meter hoog nodig zijn, oftewel het formaat van een Nederlandse rijtjeswoning.

Wanneer je wat anders wilt dan surfen, zwemmen of zonnen, kun je je laten rondrijden door een viervoeter op het strand of plaatsnemen in een van de vele door paarden voortgetrokken rijtuigen voor een ritje door de stad. Lekker slenteren langs het strand terwijl je van ceviche en andere hapjes geniet of de feria de artesania te bezoeken is ook een optie. Laatstgenoemde verbergt een lekker geheim: loop naar het einde van het feriaterrein

en je stuit op de vier uit hun krachten gegroeide ovens van El Quincho de Ross waar heerlijke empanadas met de door jou gewenst inhoud worden bereid. De calorieen loop je er weer af door de mooie stenen trap te bestijgen die je naar Parque Ross brengt vanwaar je een mooi uitzicht hebt over stad, zee en strand. In het park bevindt zich  het eerdergenoemde Centro Cultural waar o.a. lokale kunstnijverheid wordt getoond en de lokale VVV gevestigd is. Daarnaast kun je het Museo del Niño Rural bezoeken dat o.a. inheemse kunst en gebruiksobjecten tentoonstelt naast gebruiksvoorwerpen van de eerste kolonisten die zich in de regio vestigden nadat de Spaanse conquistadores waren verdreven.

Wil je wat meer actie dan is het mogelijk om over het strand te zoeven aan de staalkabel, het zogenaamde Canopy, met een quad op een ciruitje op het strand te scheuren of proberen de flexibiliteit van je ledematen te testen door met een skateboard halsbrekende toeren uit te halen in het naastgelegen skatepark. En ´s avonds, of beter gezegd ´s nachts, kun je je vermaken in het nachtleven van Pichilemu. Kortom, genoeg te doen zowel voor de actieve als de ontspanning zoekende toerist!

Gerla van Breugel

http://www.pichilemu.cl

http://quiksilver-ceremonial.cl

 

Capitan Pastene

mei 25, 2012 by     1 Comment     Posted under: Plaatsen
Capitan Pastene

In de Cordillera de la Costa ten zuiden van Concepción, hier Cordillera de Nahuelbuto geheten, ligt het Italiaanse dorpje Capitan Pastene. In 1904 gingen de eersten van in totaal 88 families uit de Italiaanse provincie Emilia Romagna van boord in Talcahuano.

Ze waren naar Chili gehaald door de gebroeders Ricci, die grote stukken land hadden gekregen van de Chileense regering om onder de toekomstige kolonisten te verdelen. Om familie, vrienden en bekenden uit Italië over de streep te trekken, hadden de Ricci broers erbij verzonnen dat het om ontgonnen en vruchtbaar land ging – en dat viel bij aankomst dus wel even tegen.

De eerste nederzetting werd door de kolonisten Monte Calvario genoemd. Vervolgens werd het Nuova Italia en in 1907 kreeg het zijn definitieve naam: Capitan Pastene. Dit was niet de kapitein van de boot waarmee de kolonisten naar Chili waren gekomen maar een Italiaanse ontdekkingsreiziger. Juan Bautista Pastene was de rechterhand van Pedro de Valdivia en in 1564 burgemeester van Santiago.

Ondanks de moeilijke start, ziet het dorp er welvarend uit. Niet alle straten zijn geplaveid, maar de huizen zijn goed onderhouden en sommigen mogen zelfs villa’s genoemd worden. Er zijn twee restaurants, Don Primo en Colivi, die alleen tijdens lunchtijd serveren.

Capitan Pastene is namelijk een geliefde dagtrip vanuit Concepción en Temuco. ’s Avonds is alleen S. Emiliano open, het restaurant dat wordt gerund door de eigenaars van de cabañas Nuova Italia.

Don Primo heeft als aanvullende attractie een fantastisch lugubere bodega met honderden gerookte prosciutti die een jaar of twee aan het plafond hangen te rijpen en bij tijd en wijle een druppel vet laten vallen. Deze bodega kan je gewoon inlopen en ligt tegenover het restaurant.

Naast de bodega kan je Italiaans ijs kopen, ook van de hand van Don Primo. Natuurlijk wordt er in Capitan Pastene ook verse en gedroogde pasta gemaakt.  De beste plek om prosciutto te kopen is in de winkel van Prosciutto Montecorone. Dit is een stijlvolle, voormalige kruidenierswinkel uit 1916, vroeger eigendom van de Rosati familie. De fraaie houten toonbanken staan er nog en de rest van de inrichting en tegelvloer roept een nostalgische sfeer op.

Naast de winkel ligt de fraaie Molino Rosati, waar nog steeds het meel wordt gemalen dat in Capitan Pastene en omstreken wordt gebruikt. De molenaar laat graag zien hoe de molen werkt en verkoopt ter plekke het meel.

Aan de overkant van de straat ligt de fraaie villa van de familie Rosati, duidelijk één van de welvarendste van het dorp. Sinds een jaar of twee staat het leeg, maar er staan grootse plannen op stapel.

De vrouw die de cabañas van Nuova Italia runt, wil er een Hotel Boutique van maken. Er staan wat meubels en snuisterijen van de familie Rosati, inclusief een buste van niemand minder dat Benito Musselini! Hieruit blijkt maar weer dat de tijd in Capitan Pastene lange tijd stil heeft gestaan…

Tot slot is het kerkhof van Capitan Pastene een bezoek waard. Hier staan mausolea in Italiaanse stijl naast meer bescheiden familiegraven. Menig Chileen van Italiaanse afkomst kan hier zijn familienaam tegenkomen. Het verbaast dan ook niet dat de meeste bezoekers aan Capitan Pastene een band met Italië hebben en zeer geïnteresseerd zijn in de geschiedenis van het dorp.

Skipistes Santiago

mei 18, 2012 by     No Comments    Posted under: Plaatsen

Sky Resort Farellones

 

Valle Nevado

Van ongeveer half Juni tot eind September loopt het skiseizoen in Santiago. Op ongeveer een uur rijden van Santiago liggen drie skigebieden: La Parva, Colorado en Valle Nevado. Voor meer info kan je terecht op de volgende sites: www.vallenevado.cl  www.laparva.cl  www.elcolorado.cl.

Op verschillende plekken in Santiago wordt er busvervoer en skiverhuur naar de skigebieden aangeboden.

We hebben nog geen uitgebreidere beschrijving van de wintersport mogelijkheden nabij Santiago ontvangen. Ben jij hier geweest en lijkt het je leuk om er iets over te schrijven en ons foto´s te sturen, stuur dan je artikeltje van maximaal 2000 woorden en twee of drie foto´s naar: nlv@nlv.cl en we zetten je artikel na redactie van de tekst op de site!

San Pedro de Atacama

mei 18, 2012 by     1 Comment     Posted under: Plaatsen
San Pedro de Atacama

San Pedro de Atacama is een ontspannen stadje gelegen in de regio rondom Antofagasta (Regio II) in het noorden van Chili. Om eerlijk te zijn is de plaats zelf niet zo bijzonder, maar de omgeving des te meer. Veel huizen in San Pedro zijn opgetrokken in een aardse, soort van terracotta stijl en worden in het centrum vrijwel uitsluitend gebruikt voor het toerisme in de vorm van een hostel, restaurant, bar of reisbureau. Een mooi voorbeeld hiervan is het op 15 minuten wandelen van het centrum gelegen hotel Altiplanico dat hotelkamers in de vorm van huisjes aanbiedt voorzien van eigen terras en buitendouche en verder beschikt over een heerlijk loungeterras en een zwembad met nog meer relaxmogelijkheden. Een rondje dorp levert het volgende op: een schattig wit plein waar je op zondag dansende en musicerende indigenas kunt aantreffen, een prachtig wit kerkje met plafond gemaakt van cactushout, een plein met wifi en een klein, maar zeer informatief archeologisch museum.

Zo snel als je klaar kunt zijn met San Pedro zelf, zo lang kun je je vermaken in de omgeving ervan die wordt gekenmerkt door de Cordillera de la Sal. De diverse zoutmeren, valleien en meren zijn stuk voor stuk juweeltjes van moeder natuur: Salar de Atacama, Valle de la Luna, Valle de la Muerte, Laguna Miscanti y Miñiques en niet te vergeten Laguna Chaxa met zijn ontelbare flamingos zijn hier slechts enkele voorbeelden van. Je kunt al deze natuurpracht te voet verkennen, maar ook te paard, per mountainbike en op een sandboard. Meestal wel in combinatie met gemotoriseerd vervoer vanuit San Pedro overigens. Iets waar je zeker een auto of bus voor nodig hebt, is een bezoek aan de El Tatio geysers, gelegen op zo’n 100 kilometer van San Pedro de Atacama en liefst ruim voor zonsopgang. Het is even afzien, maar dan tref je wel voetbalvelden vol gebubbel en gestoom aan met het tegenlicht van de opkomende zon omgeven door bergen, adembenemend. Op de terugweg kun je dan bijvoorbeeld het dorpje Machuca aandoen waar de achtergebleven oorspronkelijke bewoners hun etenswaren en handwerkproducten aanbieden en je kunt rondlopen tussen hun authentieke huisjes.

http://www.altiplanico.cl/altiplanico-san-pedro-de-atacama/

http://www.sanpedroatacama.com/ingles/museo.htm

http://www.desertadventure.cl/eng/index.html

http://adventureoption.cl/adop/

 

La Serena

mei 18, 2012 by     No Comments    Posted under: Plaatsen

La Serena is de regionale hoofdstad van de vierde regio en is in de maanden januari en februari de uitgelezen vakantiestek van vele Chilenen. In het rustieke en oud koloniale stadje, gelegen aan de kust met witte stranden, draait het gemoedelijke leven rond de Plaza de Armas en mag een bezoek aan de mooie vuurtoren niet gemist worden.

Via het stuwmeer Puclaro, waar veel gesurft en gekited wordt en het dorpje Vicuña kan je in een kleine twee uur rijden naar de oostelijk gelegen vallei Valle Elqui, bekend om haar gestookte Chileense Pisco. De groene druivenranken steken hier fel af tegen het kale gebergte.

Valle Elqui is een prachtige vallei om in de avond de duizenden sterren te aanschouwen (o.a. bij de Observatorio Cerro Mamalluca), of de mystieke krachten te ondergaan vanuit de gedichten van Gabriella Mistral of onder het genot van een Pisco Sour te genieten van het rustieke leven.

Isla Robinson Crusoe

mei 18, 2012 by     No Comments    Posted under: Plaatsen

Isla Juan Fernandez

Robinson Crusoe Island is een van de drie eilanden in de Juan Fernandez archipel, 670 kilometer uit de kust van het vasteland van Chili en 3000 kilometer van Paaseiland in de andere richting. De eilandengroep werd ontdekt door Juan Fernandez in 1574. Het eiland, (voorheen Mas a tierra) is bekend geworden door het waargebeurde verhaal van Alexander Selkirk, een Schotse zeeman die op het eiland werd achtergelaten in 1704 tijdens een reis naar Zuid- America omdat hij het oneens was met de kapitein over het onderhoud van het schip,  de Cinque Ports. Hij werd beschuldigd van  het aanzetten tot muiterij en op het eiland gezet met een bijbel, een mes, een pond kruit, wat tabak en kleren. Na vier jaar en vier maanden van absolute eenzaamheid werd hij gered in 1709. Daniel Defoe werd geïnspireerd door het verhaal van Selkirk’s overleven en liet het boek dat hij erover schreef afspelen in het Caribisch gebied, met zijn hoofdrolspeler Robinson Crusoe, die 28 jaren overleefde op zijn gevangeniseiland. De Chileense regering veranderde de naam van het eiland in 1966 van Masatierra naar Robinson Crusoe Island in de hoop op meer toeristen. Iets wat, mede doordat het een toch wel kostbare trip is, nog niet tot grote stromen mensen geleid heeft.

Het is niet zomaar een bestemming. De reis begint in een klein 8-persoons vliegtuigje dat 2 uur later zeer vakkundig door de piloot op de korte landingsstrip wordt neergezet. Een wandeling van 10 minuten brengt ons naar de baai, Bahia del Padre,  waar een in mijn ogen kleine boot ligt. We krijgen zwemvesten om en varen in ruim een uur om het eiland heen naar het dorpje San Juan Bautista (Johannes de Doper). Een andere optie om in het dorp te komen is een ruim 5 uur durende wandeling over de rug van het eiland, maar dat bewaren wij voor de terugweg.

In het dorp valt allereerst op dat de tsunami van 2010 hier behoorlijk huisgehouden heeft maar dat de wederopbouw ook voortvarend ter hand genomen is. San Juan Bautista ligt in een besloten baai en de vloedgolf heeft de eerste 200 meter ‘schoon’ geveegd. Hoger op de helling staan nu uniforme nieuwe huizen met licht ontsierende rasterwerk tegen de erosie. Verder valt op hoe ongerept (in de zin van géén toerisme) het dorp is. Hier wonen zo’n 600 personen in grote eenvoud, met als voornaamste inkomstenbron de vangst van o.a. ‘langostas’. Er zijn slechts een paar kleine winkeltjes met het hoognodige voor de bevolking.

Wij gingen vooral naar Robinson Crusoe Island om te wandelen, maar ook duiken (niet gedaan) en snorkelen (was erg mooi!) is mogelijk.

Elke wandelingheeft wel een stijging van minimaal 300-400 meter en brengt je op prachtige uitzichtpunten met vaak steile kliffen. Verder is er de Picaflor roja veelvuldig te zien, een alleen daar voorkomende rode kolibrie. Er was nu (september) nog maar één restaurant (tevens eenvoudig hostal, gerund door Julia), dat ook even gebeld moest worden dat wij kwamen. Dan is er een hotel Rufigio Nautico, dat bezig was met de laatste herbouw van kamers en de iets buiten het dorp gelegen Robinson Crusoe Lodge (onderdeel van NOY-hotels).

Verslag geschreven door: Berber

Iquique

mei 18, 2012 by     No Comments    Posted under: Plaatsen

Iquique

We hebben nog geen beschrijving van deze plaats ontvangen. Ben jij hier geweest en lijkt het je leuk om er iets over te schrijven en ons foto´s te sturen, stuur dan je artikeltje van maximaal 2000 woorden en twee of drie foto´s naar: nlv@nlv.cl en we zetten je artikel na redactie van de tekst op de site!